Waarom we geen satellieten zien op foto’s vanuit het ISS

“Waarom zien we geen satellieten op foto’s genomen vanuit het ISS, of vanuit de ruimte in het algemeen?”

Dit is een terugkerende vraag binnen de Platte Aarde-gemeenschap, meestal gesteld zonder een antwoord te verwachten. Ze gaan ervan uit dat een antwoord onmogelijk is aangezien volgens hen satellieten of het volledige concept ‘ruimte’ een leugen is.

Maar wees gerust, de foto’s zijn echt. Satellieten zijn simpelweg niet zichtbaar op deze foto’s omdat ze te ver van elkaar en van de camera verwijderd zijn.

Laten we een aantal feiten op een rijtje zetten.

  1. In de lage baan-regio (LEO – Low Earth Orbit) is er één satelliet per 175.000.000 km³ ruimtevolume. De gemiddelde afstand tot de dichtstbijzijnde satelliet is ongeveer 700 km. 700 km is meer dan de afstand tussen Parijs en Groningen.
  2. Volgens simulaties is de gemiddelde afstand van het ISS tot de dichtstbijzijnde satelliet 304 km. Het is ongeveer dezelfde afstand als van Brussel naar Groningen.
  3. Het ISS ligt ongeveer 400 km boven het aardoppervlak. Auto’s, bussen en zelfs voetbalvelden zijn niet zichtbaar op algemene foto’s genomen vanuit het ISS.
  4. Algemene fotografie op het ISS gebeurt meestal met groothoeklenzen. 24 mm lenzen en GoPro’s zijn populair. Groothoek betekent dat het moeilijker is om een ​​ver verwijderd object te herkennen aangezien het gezichtsveld groter is.
  5. Satellieten zijn er in verschillende maten. Van kleine blokjes die in onze handpalmen passen, tot de grootte van een voetbalveld. Maar we kunnen gerust zeggen dat er niet veel satellieten zijn die groter zijn dan een schoolbus. Alle berekeningen die hier zijn gedaan, omvatten alle types satellieten. Ook Cubesats en ruimtepuin dat praktisch niet te zien is vanuit het ISS zijn inbegrepen.
  6. De kans dat een satelliet zich op een willekeurig moment binnen 5 km van het ISS bevindt, is ongeveer 0,017%. Om nog maar te zwijgen van het feit dat ze het ISS actief sturen om botsingen te voorkomen en waardoor de kans dus nog veel kleiner wordt dat een ruimte-object zich in de buurt bevindt.
  7. We kunnen niet uitsluiten dat satellieten verschijnen op foto’s die vanuit het ISS zijn genomen. Maar het zal een buitengewone gebeurtenis zijn. En meestal verschijnt de satelliet als een enkele pixel, niet te onderscheiden van sterren op de achtergrond.
  8. Om te bepalen of een stip op een foto die vanuit het ISS is genomen, echt een satelliet is, moet men bekend zijn met de positie van de sterren. Het uitzoeken hiervan zou een vervelende en zinloze oefening zijn.

Eindconclusie: het is te verwachten dat satellieten niet zichtbaar zullen zijn in algemene foto’s genomen vanuit het ISS. Als een satelliet dan toch zichtbaar is, zal dit een uitzonderlijke waarneming zijn.

Fotografische berekening

De gemeenschappelijke brandpuntsafstand van de lens die door de bemanning van het ISS wordt gebruikt, blijkt 24 mm te zijn. Een brandpuntsafstand van 24 mm in een full-frame body betekent een horizontale beeldhoek van ongeveer 74°.

Laten we aannemen dat ze in het beste geval een camera gebruiken met een zeer hoog aantal megapixels, laten we zeggen 50 megapixels, of ongeveer 8712 pixels horizontaal.

Met behulp van deze getallen kunnen we berekenen dat een enkele pixel ongeveer 0,0085° hoekgrootte vertegenwoordigt. (74° / 8712 pixels = 0,0085° / pixel)

Laten we aannemen dat de grootte van een satelliet 10m is; een zeer genereuze afmeting, aangezien er maar weinig satellieten groter zijn dan deze omvang. Wat is de maximale afstand waarop een satelliet kan weergegeven worden door een enkele pixel in de camera? Ongeveer 67 km. (10 m / tan(0,0085°) = 67,4 km).

Als we willen dat de satelliet wordt weergegeven door 10 pixels, dan kunnen we eenvoudig delen door 10. Een satelliet mag dan maximaal 6,7 km verwijderd zijn van het ISS voordat deze kan worden weergegeven door (slechts) 10 pixels op de camera.

Dit is allemaal theoretisch; in praktijk zal een satelliet nog dichterbij moeten zijn vooraleer deze herkend zal worden als een satelliet. Anders zal deze enkel verschijnen als een heldere stip, niet te onderscheiden van de sterren op de achtergrond.

Waar is de kromming?

Het menselijk oog kan de kromming van de aarde alleen waarnemen als we ons op een aanzienlijke hoogte ten opzichte van het aardoppervlak bevinden; iets wat vandaag de dag nog steeds buiten het bereik van vele mensen ligt. Een zitje aan boord van een passagiersvliegtuig is de hoogste positie die realistisch gezien door de meeste mensen kan worden bereikt. Op een dergelijke hoogte kunnen we slechts een zeer kleine kromming waarnemen, en alleen in ideale condities.

Het basisprincipe van de Platte Aarde-theorie is dat de horizon plat lijkt. Ze zeggen dat als we de kromming niet kunnen zien, er geen kromming is, en dus dat de aarde plat is. Hiervoor gebruiken ze graag een regel uit de logica om slim over te komen. Deze modus tollens gaat dan als volgt: een bolle aarde heeft een kromming – zien we geen kromming, dan is de aarde geen bol. Ze hebben het mis. De meesten van ons kunnen niet hoog genoeg reizen om de kromming in haar ware glorie te aanschouwen. Het beste wat we tegenwoordig kunnen doen is meevliegen in een passagiersvliegtuig, dat een kruishoogte bereikt van amper 11 à 15 km, slechts een fractie van de straal van de aarde.

Onze ogen hebben een gezichtsveld van elk ongeveer 55°. Met die informatie kunnen we simuleren hoe de kromming van de aarde er voor een menselijk oog uitziet (zie afbeelding).

Camera’s kunnen een ander gezichtsveld hebben en dus kan de kromming van de aarde er anders uitzien dan hoe onze ogen het waarnemen. Een breder gezichtsveld (komt overeen met een brandpuntsafstand van minder dan 43 mm) resulteert in meer kromming. Omgekeerd resulteert een smaller gezichtsveld (met een brandpuntsafstand van meer dan 43 mm) in minder kromming. Houd hier rekening mee bij het beoordelen van foto’s van de horizon van de aarde.

Ruimtevaart en de temperatuur in de thermosfeer

De thermosfeer is een laag van onze atmosfeer en bevindt zich tussen een hoogte van ongeveer 95 km en 600 km. Deze laag wordt ‘thermosfeer’ genoemd omdat de temperatuur toeneemt met de hoogte en deze kan wel 2500°C bereiken. De luchtdichtheid is er echter erg laag; tot het punt dat warmtegeleiding praktisch niet optreedt. Voorwerpen in de thermosfeer voelen dan ook koud aan.

Platte Aarders ontdekten dat de temperatuur in de thermosfeer 2500°C kan bereiken en voegden dit toe aan hun lijstje van redenen waarom satellieten niet bestaan. Ze zouden immers smelten! De andere informatie die minstens even belangrijk is, negeren ze echter met plezier: dat de luchtdichtheid er ook veel lager is.

De massa van de atmosfeer van de aarde is geconcentreerd in de onderste lagen, het dichtst bij de aarde zelf. 90% van alle massa bevindt zich onder de 16 km. 99,9999% zit onder de 100 km. De thermosfeer zelf begint vanaf 95 km en eindigt op ongeveer 600 km. Slechts 0,002% van de massa van de atmosfeer van de aarde bevindt zich in de thermosfeer.

Warmteoverdracht is recht evenredig met het verschil in temperatuur en massa. Luchtmoleculen in de thermosfeer hebben soms een 10 keer hogere temperatuur dan aan het aardoppervlak. Maar tegelijkertijd is de dichtheid 10.000.000.000.000 keer lager. Hierdoor heeft het minder energie per volume-eenheid in vergelijking met ons lichaam, waardoor de thermosfeer koud aanvoelt en een gewone thermometer zal onder 0°C aangeven.

Deze situatie kunnen we vergelijken met het moment wanneer we getroffen worden door hete frituurolie. Meestal is dit geen groot probleem. De opspattende olie heeft dezelfde temperatuur als de kokende olie in de ketel en kan tot 200°C bereiken! Maar tegelijkertijd heeft het weinig massa, in tegenstelling tot de olie in de pan. Steek dus nooit je hand in de frietketel, maar panikeer niet bij een paar spatjes.

De stoom in sommige sauna’s kan 100°C bereiken, net als kokend water. Maar we voelen veel minder warmte van een heerlijke sauna dan van niet zo heerlijk kokend water. De reden is dat de dichtheid van stoom veel lager is dan die van water in vloeibare vorm. Alweer een wijze raad: ga nooit ontspannen in een bad kokend water. Kies voor de sauna.

Nog eentje om het af te leren? Vonken die worden geproduceerd door vuurstenen, slijpschijven of feeststerretjes kunnen temperaturen tot 1600°C bereiken! Maar voor ons vormen ze meestal geen groot probleem omdat hun massa minuscuul is in vergeleken met die van ons lichaam.

De filosofie van CGI

Wanneer een foto van een bolvormige aarde wordt gepresenteerd aan Platte Aarders, zullen zij deze in een oogwenk afdoen als CGI; zelfs als ze helemaal geen analyse hebben gedaan! Ze doen dit omdat hun geloof in een Platte Aarde niet op feiten is gebaseerd, en elk bewijs dat in strijd is met hun overtuigingen moet hoe dan ook worden ontkracht.

Ze zijn er zo aan gewend, en soms raken ze er zelf door in de war, tot op het punt dat ze de minste hint van digitale manipulatie van elk beeld van de aarde als bewijs van de Platte Aarde zouden nemen.

Dat is een argument van de onwetendheid. Platte Aarders beweren dat de aarde plat is omdat er (volgens hen) geen bewijs is (dat ze willen accepteren) dat anders zegt. Het is niet nodig om een ​​platte aarde te bewijzen, omdat er (volgens hun overtuiging) geen bewijs is dat de Aarde bolvormig is.

Het roepen van ‘nep!’ doen ze niet alleen met foto’s van de aarde; dit gebeurt ook bij time-lapse video’s van de Antarctische middernachtzon, afbeeldingen van zuidelijke ster-rotaties, foto’s van gebogen hoogspanningslijnen en andere foto’s die in strijd zijn met hun overtuiging. Elke kleinste imperfectie wordt onder de loep genomen.

Iedereen geeft toe dat foto’s van de Melkweg, gezien vanaf de ‘top’, CGI zijn; niemand zou anders durven zeggen. We weten dat we de Melkweg (voorlopig) niet zullen verlaten, en het is niet mogelijk om een ​​echte foto van buitenaf te maken. Voor Platte Aarders is het feit dat deze afbeeldingen zijn gemaakt met CGI ‘bewijs’ dat de Melkweg niet bestaat.

Het feit dat een foto van de aarde is gemaakt met behulp van CGI, kan alleen worden gebruikt om de foto in kwestie te diskwalificeren van de zeer lange lijst van bewijsmateriaal dat de bolvormige aarde ondersteunt. Maar het kan nooit worden gebruikt om te bewijzen dat de aarde plat is.

De afwezigheid van bewijs is geen bewijs van afwezigheid.