Psychologische Projectie

Waarom geloven we in complottheorieën? Volgens onderzoekers is één reden de zogenaamde ‘psychologische projectie’.

‘Psychologische projectie’ is een fenomeen waarbij iemand de eigen, vaak negatieve attitudes of karaktertrekken ontkent maar wel aanneemt dat deze bij andere mensen terug te vinden zijn. Ze zien hun eigen negatieve kwaliteiten in de anderen, zelfs als ze bij die anderen ontbreken.

Is dit van toepassing op het Platte Aarde-gedoe? Platte Aarders komen met verschillende ad-hoc-hypotheses op de proppen om problemen goed te praten en de Platte Aarde-theorie te vrijwaren van falsificatie. Hierbij vinden ze het niet nodig om met echte bewijzen af te komen.

Wanneer er een zwak punt wordt gevonden in hun nieuw uitgevonden hypothese, dan zullen zij direct een andere hypothese verzinnen om het weke punt in de vorige te omzeilen. Enzovoort en zo verder, totdat deze keten, die met haken en ogen aan elkaar hangt van de zwakke ad-hoc-hypothesen, de sfeer van de complottheorieën bereikt.

Op het einde van de dag hebben Platte Aarders veelal weinig andere keus dan critici te beschuldigen deel uit te maken van het complot. Dat doen ze om zo hun Platte Aarde-theorie te behoeden voor falsificatie.

Sommigen onder ons worden sneller beïnvloed door complottheorieën verzonnen door gewetenloze Platte Aarders. Maar dit zou het resultaat kunnen zijn van ‘psychologische projectie’. Misschien, heel misschien, beschuldigen we de wetenschappers van NASA ervan om betrokken te zijn in een grootse samenzwering omdat wij net hetzelfde zouden doen, mochten we in hun schoenen staan.

Referenties

De lange keten van ad-hoc-hypothesen ter verdediging van het Platte Aarde Model

Het Platte Aarde model overleeft niet omdat de aarde plat is, maar omdat elke keer dat een probleem wordt gevonden, de voorstanders ervan snel een ad-hoc-hypothese uitvinden om het probleem goed te praten. Wordt er opnieuw een ander probleem in één van deze ad-hoc-hypothesen ontdekt, bedenken ze met plezier een andere ad-hoc-hypothese om het nieuwe probleem goed te praten. Enzovoort, enzovoort.

Deze ad-hoc-hypothesen zijn er om te voorkomen dat hun kernopvatting – dat de aarde plat is – wordt weerlegd.

Deze lange ketens van ad-hoc-hypothesen zullen uiteindelijk hypothesen bereiken die niet te falsifiëren zijn, maar toch als waar worden beschouwd. Meestal hebben deze laatste ad-hoc-hypothesen de vorm van complottheorieën, religieuze overtuigingen, niet-overtuigend bewijs of logische denkfouten.

Een theorie heeft verifieerbaarheid als er een mogelijkheid is om aan te tonen dat deze onjuist is. Verifieerbaarheid is hoe we het wetenschappelijke en het onwetenschappelijke onderscheiden. De praktijk om een ​​niet-verifieerbare theorie wetenschappelijk correct te verklaren wordt pseudowetenschap genoemd; waaronder ook de theorie van de Platte Aarde valt.

Een ad-hoc-hypothese is niet noodzakelijk onjuist

Een ad-hoc-hypothese is niet noodzakelijk onjuist. Einstein vond destijds de kosmologische constante uit om te verwerken in zijn algemene relativiteitstheorie. Het was maar een kleine verandering, maar maakte alles in de theorie consistent. Na enkele decennia weten we nu dat de constante verband houdt met de theorie van donkere energie.

Het probleem met het Platte Aarde model is niet het gebruik van ad-hoc-hypothesen, maar het creëren ervan telkens wanneer een tegenstrijdigheid met waarneming in de realiteit wordt gevonden. In plaats van het eigenlijke experiment uit te voeren of de observatie te maken, bedenken ze graag een nieuwe ad-hoc-hypothese. De eerste regel van de Platte Aarde Club is dat de aarde plat is. Ze verklaren dit heilig en doen er dan ook alles aan om een ontkrachting te voorkomen.

Als het Platte Aarde model zoveel ad-hoc-hypothesen (nodig) heeft, ligt het echte probleem misschien bij het model zelf. Een ander model – het Bolle Aarde model – kan alles elegant en consistent uitleggen, zonder het te hoeven verdedigen door meerdere ad-hoc-hypothesen achter elkaar uit te vinden.