De piramide van Cheops en het Orionmysterie

Het Orionmysterie (Eng. Giza-Orion correlation theory) wordt beschouwd als een pseudo-archeologische randtheorie en beweert dat er een verband bestaat tussen de oriëntering, positie en het ontwerp van de piramides van Giza en de positie van de sterren uit de Gordel van Orion uit de bouwtijd van de piramides.

Sommige Platte Aarders gebruiken deze theorie om aan te tonen dat sterren nooit van plaats veranderen. Ze hebben het echter bij het verkeerde einde. De theorie gaat uit van de positie van de sterren uit de tijd van constructie en houdt dan ook rekening met de precessie van de aardas, een 28.000 jaar durende ‘whobble’ van onze aarde. De huidige posities van de sterren komen helemaal niet overeen met de piramides zoals deze vandaag onderzocht worden.

De theorie beweert dat de zuidelijke schacht van de piramide van Cheops om religieuze redenen gericht is naar het culminatiepunt van de Gordel van Orion. Ten tijde van de bouw van de piramides (ongeveer 4600 jaar geleden) stonden de gelinkte sterren op hun hoogste punt onder een hoek van 44°30 met de horizon; eenzelfde hoek waaronder de zuidelijke schacht staat. Gedurende sommige nachten scheen het licht van deze sterren dan ook tot in de Koninklijke Kamer van de piramide.

Vandaag kunnen de sterren helemaal niet meer gezien worden door de schacht aangezien de culminatiehoogte momenteel op ongeveer 59° ligt; dit als gevolg van de precessie van de aardas. Een belangrijk feit – én onderdeel van de gebruikte theorie – dat de Platte Aarders maar al te graag over het hoofd zien. Is de theorie correct, dan wil dit zeggen dat het argument van de Platte Aarders niet geldig is. De ironie.

Referenties