Getijden

Een veelbesproken topic onder Platte Aarders is ‘getijden’. Laten we eens een kijkje nemen naar enkele ‘problemen’ die ze (denken te) hebben gevonden.

Wat veroorzaakt de getijden?

Observatie leert ons meteen dat de maan er iets mee te maken moet hebben. De regelmaat van getijden en de positie van de maan aan de hemel zijn onlosmakend met elkaar verbonden. Getijden zijn dan ook het resultaat van de zwaartekracht van zowel zon als maan. Maar het is een tikkeltje ingewikkelder dan de meesten onder ons denken. Het is namelijk het verschil tussen de sterkte in zwaartekracht en niet de zwaartekracht rechtsreeks die de getijden veroorzaken.

Een locatie die zich dichter bij de maan bevindt zal een sterkere aantrekking ervaren dan een tegenoverliggende locatie op aarde, verder van de maan verwijderd. Hierdoor zal het water dat de aarde omringt de vorm van een ellipsoïde (een uitgerekte bol) aannemen. De aarde, die zich in het midden van deze watermassa bevindt en een vastere vorm kent, draait rond in deze ovale vorm en op deze manier zullen zowel de locatie het dichtste als de locatie het verste van de maan vloed kennen.

Waarom ervaart de kant die weg van de maan is een tweede, maar lager getij?

De invloed van de zwaartekracht van de maan op het water aan de andere kant van de aarde is hier het minst. Aangezien onze planeet weinig flexibel is kent de bodem van de zee een zwaartekracht die gelijk is aan het midden van de aarde, een punt dat dichter bij de maan ligt. De aarde wordt dus sterker aangetrokken dan het water en ‘zinkt’ als het ware.

Omdat zwaartekracht kwadratisch afneemt met afstand, is het getijde hier echter minder uitgesproken dan die aan de maanzijde.

Als de zwaartekracht van de maan sterk genoeg is om een hele oceaan op te tillen, waarom is het dan te zwak om een schip of persoon naar de maan te trekken?

Dit is werkelijk een vraag die vele Platte Aarders stellen, hoe vanzelfsprekend verkeerd deze ook is. Zeewater zelf vliegt niet naar de maan, dus de vraag kent eigenlijk al een fout uitgangspunt. De zwaartekracht die door de aarde zelf wordt uitgeoefend, is veel groter dan de zwaartekracht van de maan. Hierdoor blijft alles (zeewater, schepen en personen) aan het aardoppervlak gekluisterd.

Zeewater is een vloeistof en zal een evenwicht zoeken in de laagste energietoestand. De som van alle krachten die erop wordt uitgewerkt zal uiteindelijk de vorm van de massa bepalen. Hierin spelen de zwaartekracht van de aarde, de maan en de zon, alsook de Archimedeskracht en de wrijvingskracht een rol.

Dit is toevallig een van de meest voorkomende misvattingen over zwaartekracht binnen de Platte Aarde-gemeenschap. Het idee is dat als zwaartekracht een zwaar object kan aantrekken, het door ‘logica’ in staat zou moeten zijn om lichtere objecten met een grotere kracht te beïnvloeden. Dit is onjuist omdat de zwaartekracht recht evenredig is met de massa. Hoe groter de massa, hoe groter de zwaartekracht. Maar we mogen niet vergeten dat de aantrekkingskracht van de aarde nog steeds zal winnen.

Waarom wordt enkel zeewater beïnvloed door de maan, en niet het water in meren en beken?

Alle oceanen in de wereld zijn met elkaar verbonden; water kan er vrij tussen stromen. Een locatie waar vloed heerst gebruikt hiervoor water waar het eb is.

Meren echter zijn geïsoleerde systemen en veel minder groot. Ook hier zal water van de ene kant van het meer naar het andere stromen, maar het effect zal korter en veel minder waarneembaar zijn. De Grote Meren op de grens tussen de Verenigde Staten en Canada ondervinden getijden van ongeveer 5 cm hoogteverschil.

Maar er zijn meren die wel getijden kennen!

Verwarrend! Ten eerste zijn er watermassa’s waarvan de officiële naam ‘meer’ is, maar die toch deel uitmaken van de oceaan. Een voorbeeld hiervan is Lake Maracaibo in Venezuela. Dit ‘meer’ is via een zeestraat van 5,5 km breed met de zee verbonden.

Ten tweede wordt de term ‘getij’ soms gebruikt voor andere verschijnselen die niets te maken hebben met de maan- of zonnecyclus. Zo wordt het opkomen van het oppervlak van een meer als gevolg van een verhoogde rivierstroom of smeltende gletsjers in sommige culturen ook wel eens ‘getij’ genoemd. In dit artikel kijken we alleen naar getijden die worden veroorzaakt door de maan- en zonnecyclus.

Ten derde ervaren sommige meren zeer kleine maar meetbare getijden. De grootste meren ter wereld hebben getijden, maar op veel kleinere schaal, niet meer dan 4 cm hoog.

Getijden komen enkel voor in zout zeewater. Zoet water wordt niet beïnvloed door de maan. We kunnen concluderen dat het zoutgehalte en de elektromagnetische eigenschappen van de maan de getijden veroorzaken!

Laten we eens kijken naar de volgende feiten:

  • De Middellandse Zee heeft een hoger zoutgehalte dan de meeste zeeën, maar kent zwakkere getijden.
  • Niet alle meren zijn zoetwatermeren. Sommige meren hebben zelfs een hoger zoutgehalte dan het gemiddelde zeewater. Maar meren kennen geen getijden, of slechts hele lage.

We kunnen dan ook uitsluiten dat het zoutgehalte van het water of elektromagnetisme iets met de getijden te maken heeft. Vermoedelijk heeft deze misvatting te maken met de vorige twee.

De zwaartekracht van de zon is groter dan die van de maan. Waarom heeft de maan dan meer effect op de getijden dan de zon?

De zon is inderdaad groter en heeft daardoor ook een grotere zwaartekracht. Maar de zon staat ook vele malen verder van de aarde verwijderd dan de maan. Hierdoor is het verschil in zwaartekracht op de verschillende delen van de aarde kleiner en is het effect op de getijden ook kleiner. Bij een voorwerp dat dichter bij de zon staat, zoals de maan, is het verschil in zwaartekracht groter en dit resulteert in een groter effect.

Waarom worden de getijden enkel door de zon en de maan veroorzaakt?

Alle hemellichamen hebben een gravitationeel effect op de aarde, maar vanwege hun afstand (en soms kleine massa) is het effect onbeduidend. De planeet die het meest invloed op de getijden heeft is Venus, maar het effect is minimaal.

Als oceanen getijden kennen, dan moeten andere delen van de aarde deze ook ervaren. Maar we zien dit niet in de realiteit!

Dit is een argument uit onwetendheid. Zowel de atmosfeer als de aardkorst kennen getijden. De aardkorst echter is veel solider dan water en zal slechts een zwakke getijde kennen. De atmosfeer kent een getijde die door de zon wordt veroorzaakt. We gaan hier niet verder op in.

Sommige rivieren kennen ook getijden. Dus getijden kunnen overal plaatsvinden!

Het deel van een rivier die getijden kent is de monding, die dicht bij de zee of oceaan ligt. Als de rivierbedding lager is dan zeeniveau, wordt deze beïnvloed door getij.

Als de rivierbedding hoger is dan zeeniveau, wordt deze niet of amper beïnvloed door de getijden van de zee. Er zal hooguit een lagere stroomsnelheid waargenomen worden.

Vloed is niet op het moment dat de maan het hoogste staat!

Getijden kennen  een faseverschuiving. Gravitatiekrachten komen vrijwel onmiddellijk aan, maar water heeft tijd nodig om te bewegen. Er is dus een vertraging tussen de oorzaak en het gevolg. Verschillende plaatsen hebben verschillende getijdepatronen en faseverschuivingen.

Leuk weetje: de weerstand die het water ervaart om steeds van positie te wisselen vertraagt de aardrotatie met ongeveer 1 seconde per 50.000 jaar. Maar laten we niet te veel opschudding veroorzaken…

 

De kromming van het Bedford kanaal

In 1870 demonstreerde Alfred Russell Wallace, tweede ontdekker van de evolutietheorie, de kromming van de aarde. Dit als antwoord op een door John Hampden georganiseerde wedstrijd om een ronde aarde te bewijzen.

Hampden was een volgeling van Rowbotham, een bekende Platte Aarde influencer van die tijd en auteur van Earth not a Globe. Rowbotham gebruikte eerder het Bedford Kanaal om aan te tonen dat de aarde geen kromming kende. Met het gebruik van een telescoop was hij in staat om van het ene eind van het kanaal een boot waar te nemen die aan de andere eind op het water dobberde.

Maar hij negeerde voor het gemak het effect dat lichtbreking op de waarneming had en concludeerde verkeerdelijk dat het wateroppervlak niet krom was. Wallace echter ontwierp een beter experiment waarbij lichtbreking slechts een minimaal effect op de waarneming had:

  • Hij voerde het experiment op 4 m boven het wateroppervlak uit. Rowbotham plaatste de telescoop veel dichter bij het water, op slechts 20 cm.
  • Hij plaatste een paal met twee schijven in het midden van het kanaal. Op deze manier zou een bolling van het water eenvoudiger waar te nemen zijn.

In zijn experiment slaagde Wallace er in om aan te tonen dat de aarde wel degelijk een kromming kent. Helaas was Hampden geen man van zijn woord en weigerde hij het prijsgeld uit te betalen aan Wallace. Bovendien bedreigde hij Wallace en diens vrienden en verbleef om die reden dan ook vaak in de gevangenis.

Verhaal in detail

Op 12 januari 1870 verscheen in het blad Scientific Opinion een uitdaging om wetenschappelijk bewijs voor de kromming van de aarde te leveren. John Hampden, een Platte Aarder en volgeling van Samuel Rowbotham, beloofde een gulle £500 aan degene die dit kon aantonen.

Alfred Russel Wallace, die op dat moment in geldnood verkeerde, dacht gemakkelijk geld te verdienen. Hij voldeed aan de voorwaarden en demonstreerde de aardkromming met behulp van het Bedford kanaal, een 9,7 km lang recht stuk in de Bedford rivier.

Wallace, niet onbekend met landmeting, ontwierp het experiment als volgt:

“De Old Bedford bridge, ongeveer zes mijl verwijderd, is gemaakt van baksteen en is iets hoger [dan de Welney bridge]. Op deze brug bevestigde ik een groot katoenen doek, zes voet lang en drie voet hoog, met een dikke zwarte band door het midden, de onderkant op dezelfde hoogte als de borstwering van de Welney bridge; opdat het midden ervan zich op dezelfde hoogte van het water zou bevinden als de zichtlijn van de grote zes-duim telescoop die ik bij me had.

Halverwege [het kanaal], ongeveer drie mijl van elke brug, richtte ik een lange paal op met hieraan bevestigd twee rode schijven, de bovenste op dezelfde hoogte boven het water als zowel de zwarte band als de telescoop, terwijl de onderste schijf vier voet lager hing.

Het mag duidelijk zijn dat, wanneer het wateroppervlak perfect recht loopt voor de volledige zes mijl en de drie objecten – telescoop, bovenste schijf, zwarte band- zich allen op dezelfde hoogte boven het water bevinden, de bovenste schijf, door de telescoop waargenomen, op de zwarte streep zichtbaar zal zijn;

terwijl, wanneer het water over de volledige zes mijl convex gekromd is, de bovenste schijf beslist hoger moet verschijnen dan de zwarte band, met een hoeveelheid van vijf voet en acht duim, de gekende afmeting van de aarde indachtig. Deze hoeveelheid zal door lichtbreking misschien verminderd worden tot vijf voet.”

In de schets hierboven toont fig. 1. wat we verwachten te zien wanneer de aarde rond is, terwijl een observatie zoals weergegeven in fig. 2. een platte aarde impliceert. Het experiment was op voorhand goedgekeurd door alle betrokken partijen, Hampden en de scheidsrechters incluis.

Toen het experiment aan de gang was, werd Wallace altijd vergezeld door Hampden of de scheidsrechter, en hij zorgde ervoor dat de hoogte van alle drie de objecten hetzelfde was.

Door de telescoop gezien zagen de brug en de paal in het midden er zo uit:

Het mag duidelijk zijn dat beide schijven boven de zwarte band gezien werden en dat Wallace zijn hypothese correct was. Helaas kon Hampden het resultaat niet verkroppen en zocht naar excuses. De telescoop was volgens hem niet plat en was niet uitgerust met een dradenkruis. Hij betwistte de uitkomst met overduidelijk ongerelateerde uitvluchten.

Wallace ging echter in op zijn tegenwerpingen en leende een waterpas en een telescoop van een vriend. Een tweede observatie leidde, zoals het hoort bij een goed opgesteld experiment, tot hetzelfde resultaat.

Als kers op de taart voerde Wallace het experiment nogmaals, maar in de andere richting uit. Een vlag werd opgehangen aan de Welney brug en de telescoop werd opgesteld op de Old Bedford brug. En alweer was het resultaat hetzelfde: beide schijven waren zichtbaar boven de vlag.

Alle waarnemingen gaven aan dat beide schijven boven de zwarte band (en de vlag) werden gezien, dus werd geconcludeerd dat het water kromming heeft, zoals hieronder te zien is.

Alle scheidsrechters en de vertegenwoordigers van Hampden waren het erover eens dat Wallace de uitdaging had gewonnen. Maar het verhaal eindigde hier niet. Hampden eiste dat Wallace zijn geld terug zou geven!

Het geld was toen nog in handen van een scheidsrechter en niet overhandigd aan Wallace. Helaas oordeelde de rechtbank dat het geld nog steeds in het recht van Hampden was omdat het niet aan Wallace was geleverd, waarschijnlijk omdat geen schriftelijke overeenkomst afdwingbaar was in de ogen van de wet.

En het was nog lang niet voorbij. In de loop van de volgende 16 jaar heeft Hampden herhaaldelijk bedreigingen geuit tegen Wallace en de mensen die bij de competitie betrokken waren, waaronder een van de scheidsrechters.

Hampden stuurde brieven naar mensen die Wallace kenden en beschuldigde Wallace ervan een leugenaar te zijn. Wallace’s vrouw werd bedreigd met moord. Voor dit misdrijf werd Hampden drie maanden opgesloten. Maar toen hij eenmaal vrij was, keerde hij weer terug naar zijn oude gedrag.

Daarna pleegde Hampden verschillende overtredingen waardoor hij zich meerdere keren tegen de wet keerde:

  • In 1871 klaagde een scheidsrechter van de uitdaging Hampden aan wegens laster. Hampden werd veroordeeld tot 1 jaar gevangenisstraf.
  • In januari 1871 klaagde Wallace Hampden aan wegens laster. De rechtbank oordeelde dat Hampden Wallace £ 600 moest betalen. Maar Hampden had al zijn bezittingen overgedragen aan zijn schoonzoon, zodat hij zelf geen bezittingen had. Hiervoor moest Wallace uiteindelijk de griffierechten betalen.
  • In oktober 1872 klaagde Wallace Hampden opnieuw aan wegens laster. De rechtbank liet hem gaan omdat Hampden via verschillende kranten een verontschuldiging publiceerde.
  • In januari 1873 pleegde Hampden opnieuw laster en werd ‘gedwongen’ een verontschuldiging te publiceren via verschillende kranten.
  • Maar slechts een paar maanden later was Hampden weer bezig met laster en werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden.
  • In maart 1875 werd Hampden opnieuw opgesloten wegens laster, dit keer voor een jaar, en twee jaar onder toezicht. Maar Hampden werd na slechts zes maanden in de gevangenis vrijgelaten.
  • In januari 1876 spande Hampden een rechtszaak aan tegen Walsh, een van de scheidsrechters om de uitdagingsprijs van £ 500 terug te winnen. Maar aangezien Wallace een schuld had van £ 687 vanwege eerdere kosten, probeerde Wallace de schuld te betalen met behulp van de vorderingen. Hampden maakte zichzelf op slimme wijze failliet en droeg al zijn bezittingen over aan zijn schoonzoon. Uiteindelijk betaalde Wallace de volledige gerechtskosten van £ 277, de overige kosten niet meegerekend.
  • In 1878 stuurde Hampden opnieuw brieven naar Wallace’s collega’s.
  • In 1885 stuurde Hampden een brief naar Huxley, de president van de Royal Society, om Wallace te belasteren.

Wallace dacht dat hij gemakkelijk £ 500 zou verdienen en dat het experiment slechts een kwestie van wetenschap was. Het was verre van dat; Wallace had veel tijd en geld nodig om het probleem ‘Hampden’ aan te pakken.

Zoals veel dingen die met de Platte Aarde te maken hebben, is het niet alleen een kwestie van wetenschap, maar ook een psychologisch probleem.

Krachten als vectoren

Er zijn veel misvattingen binnen de kringen van Platte Aarders, dat mag wel duidelijk zijn. En veel daarvan zijn een gevolg van het gebrekkig begrijpen van hoe krachten op een object werken.

  1. Een kracht wordt beschreven door een vector. Het heeft een omvang en een richting.
  2. Een object kan tegelijkertijd door meer dan één kracht worden beïnvloed.
  3. Deze krachten kunnen bij elkaar worden opgeteld, wat resulteert in wat we de ‘resultante’ noemen. Het object beweegt volgens de grootte en richting van de resultante.
  4. Krachten kunnen elkaar tegenwerken en resulteren in een nulresultaat. Maar dit betekent niet dat deze krachten niet bestaan.
  5. Een onbeduidende kracht kan ter vereenvoudiging worden weggelaten in een berekening. Maar dit betekent niet dat deze kracht niet bestaat.
  6. Een kracht kan de tegenovergestelde richting hebben van de resultante. Maar dit betekent niet dat deze kracht niet bestaat.

Deze basiskennis over hoe krachten en vectoren werken, kan handig zijn om volgende misvattingen te beantwoorden:

  • ‘Een heliumballon beweegt omhoog. Er bestaat dus geen zwaartekracht.’
  • ‘Satellieten vallen niet op de aarde. Dus zwaartekracht bestaat niet.’
  • ‘Water in een glas lijkt niet aangetrokken te worden door de maan. Er is dus geen zwaartekracht van de maan.’
  • ‘Wind alleen al kan een veer doen wegvliegen. Dus zwaartekracht bestaat niet.’

Veel meer vergelijkbare misvattingen zijn te vinden binnen de Platte Aarde-gemeenschap en kunnen snel worden beantwoord met een beetje basiskennis van de natuurkunde.

Referenties

Hoe raketmotoren werken in het luchtledige

Vogels vliegen door met hun vleugels door de lucht te slaan, vissen zwemmen door hun vinnen en staart tegen het water te duwen en de mens zet zich af tegen de grond om vooruit te komen. Maar hoe komen raketten dan vooruit in het luchtledige?

Raketten kunnen in een vacuüm versnellen, vertragen en manoeuvreren door gebruik te maken van de natuurwet die wordt beschreven in de bewegingswetten van Newton alsook in de wet van behoud van impuls.

Een raketmotor werkt door iets met massa ‘uit te spuwen’ met een zeer hoge snelheid. Deze massa wordt ‘propellant’ genoemd. Het ruimtevaartuig beweegt in de tegenovergestelde richting waaruit het verbrande propellant vrijkomt. Dit is te vergelijken met de terugslag van een wapen als gevolg van een snel wegvliegende kogel.

Raketten bestaan grotendeels uit brandstof. Hier schuilt een ander probleem dat vaak door Platte Aarders naar voren wordt geschoven. In een vacuüm is er geen lucht en dus ook geen zuurstof. Er wordt gesteld dat het onmogelijk is om in het luchtledige verbranding te krijgen vanwege deze afwezigheid. Om dit probleem op te lossen, moeten raketten naast brandstof ook een eigen oxidator (zuurstof) meenemen.

Raketten kunnen ook elektrisch worden aangedreven door ionenmotoren. In ionenmotoren kunnen raketten via zonnepanelen energie van de zon gebruiken en hiermee de motor aandrijven. Het ‘stuwgas’ moet echter nog steeds vervoerd worden. Een populair stuwgas is xenongas. Het vermogen dat wordt opgewekt door ionenmotoren is relatief klein en lanceringen vanaf het aardoppervlak zijn dus onmogelijk met dit soort motor. Maar ze kunnen ingezet worden nadat het ruimtevaartuig zich in een baan om de aarde bevindt, waar slechts een relatief kleine hoeveelheid kracht nodig is om het ruimtevaartuig in de gewenste baan of positie te brengen. Indien een ionenmotor langdurig wordt ingezet kan een enorme snelheid bekomen worden met weinig ‘brandstof’. De snelheid van bijvoorbeeld de satelliet Deep Space 1 nam toe met 4,4 km per seconde door slechts 81,5 kg af te vuren!

Referencies

Credit

  • Gebruikte afbeelding: WALL-E, © Disney & Pixar.

De richting van zonsopgang en zonsondergang

We weten dat de zon tijdens zowel de herfst- als lente-equinox opkomt in exact het oosten en ondergaat in exact het westen, en dit voor het grootste deel van onze planeet. Dit feit is onomstreden en is door de eeuwen heen met ontelbare observaties geverifieerd.

Het Platte Aarde-model kan dit simpele feit echter niet verklaren. Hooguit misschien met extreme lichtbreking, wat allerlei extra problemen met zich meebrengt. Het is dan ook eenvoudig te concluderen dat het Platte Aarde-model de werkelijkheid niet weergeeft en als onrealistisch mag bestempeld worden.

Een voorbeeld: stel dat we op de equinox een bezoekje brengen aan Congo-Brazzaville, dicht bij de evenaar. Wanneer we die dag getuige zijn van een zonsondergang, veronderstellen we dat op dat moment ergens anders in de wereld iemand recht omhoog kan kijken om naar diezelfde zon te kijken.

Deze locatie is Ecuador in Zuid-Amerika. Gebruikmakende van de Platte Aarde-kaart (afstandsgetrouwe azimutale projectie) zien we dat Ecuador ten noordwesten van Congo ligt. Volgens onze waarneming gaat de zon echter onder in exact het westen en niet het noordwesten.

Wachten we nu een uurtje of twaalf, dan zien we de zon opkomen in exact het oosten. De locatie op aarde die op hetzelfde moment de zon pal boven zich heeft, is de Riau-archipel in Indonesië.

Met behulp van de zogenaamde Platte Aarde-kaart weten we dat de Riau-eilanden ten noordoosten van Congo liggen. Deze verwachting past alweer niet bij onze waarneming, omdat de zon opkomt vanuit het oosten en niet vanuit het noordoosten.

Het is niet moeilijk om het Platte Aarde-model uit te sluiten aan de hand van eenvoudige observatie zoals bovengenoemde.

Menselijke perceptie van snelheid en versnelling

Aan boord van een vliegtuig op kruissnelheid zullen we niet voelen dat we aan een snelheid van 900 km/h voortbewegen. Maar wanneer het vliegtuig versnelt, vertraagt, draait of verandert van hoogte, kunnen we dit eenvoudig voelen.

Hetzelfde gebeurt met de beweging van de aarde. Door de aardrotatie zal het aardoppervlak ter hoogte van de evenaar een lineaire snelheid hebben van ongeveer 1 656 km/h. We voelen dit echter niet aangezien deze snelheid constant is; met andere woorden, er is geen versnelling of vertraging.

Een eenparig cirkelvormige beweging, zoals de aardrotatie, heeft nog een andere eigenschap: de centripetale versnelling. Een persoon in een roterend referentiekader zal een middelpuntvliedende buitenwaartse versnelling of kracht ervaren. De aardrotatie creëert een buitenwaartse versnelling van 0,03 m/s² ter hoogte van de evenaar. We voelen deze middelpuntvliedende kracht gelijktijdig met de zwaartekracht. In feite wordt in de grootheid 9,8 m/s², die gebruikt wordt om de valversnelling aan te duiden, reeds deze middelpuntvliedende versnelling geïmplementeerd.

Zonder andere zintuiglijke informatie, bekomen met ons zicht en gehoor, voelen we enkel versnelling, maar geen snelheid. Het evenwichtsorgaan (of vestibulair systeem) in ons oor verzamelt informatie over beweging en balans. Op deze manier kunnen we rechtop lopen en zelfs geblinddoekt weten waar boven en beneden is.

Om dus te achterhalen welke snelheid een vliegtuig heeft, gebruiken we best visuele waarnemingen. Naar buiten kijkend observeren we de bewegende objecten op de grond en in de lucht en concluderen we dat we wel degelijk in beweging zijn.

De versnellingslimieten die kunnen waargenomen worden door mensen

Nesti et al (2013) verzamelde de resultaten van verschillende onderzoeken. Hun conclusie is dat de laagst waar te nemen versnelling 0,02 m/s² bedraagt.

Middelpuntvliedende versnelling als gevolg van de aardrotatie en aardrevolutie

De aardrotatie veroorzaakt een middelpuntvliedende versnelling van 0,03 m/s² ter hoogte van de evenaar. Dit is een lage waarde vergeleken met de valversnelling. Bovendien ervaren we beide versnellingen gelijktijdig. In feite wordt in de grootheid 9,8 m/s², die gebruikt wordt om de valversnelling aan te duiden, reeds deze middelpuntvliedende kracht geïmplementeerd.

De aardrevolutie rond de zon genereert een middelpuntvliedende versnelling van ongeveer 0,006 m/s². Dit is ruim onder onze waarnemingslimiet. Bovendien bevinden we ons in een baan om de zon en ervaren we een constante vrije val. Wij en onze omgeving hebben dan ook een even grote versnelling naar de zon toe dan deze buitenwaartse versnelling. Hierdoor wordt, waargenomen vanuit ons dagelijks referentiekader, onze buitenwaartse versnelling teniet gedaan.

“Maar een vliegtuig is een gesloten systeem, in tegenstelling tot de aarde!”

Sommige Platte Aarders keuren de vergelijking met een vliegtuig af omdat de lucht in een vliegtuig ‘afgescheiden’ is van de lucht buiten het vliegtuig, terwijl onze atmosfeer ‘niet afgescheiden’ is van de ruimte.

Deze redenering is incorrect; de atmosfeer draait immers met de aarde mee. Zo niet zouden we windsnelheden van meer dan 1 600 km/h moeten ervaren op de evenaar!

De vergelijking met een vliegtuig is prima omdat de lucht in het vliegtuig ook met het toestel mee beweegt. Dit gebeurt ook met de aarde en onze dampkring.